Het Mokumse dialect

Het Mokumse dialect

Amsterdam kent zijn eigen dialect, het Mokums. Het Mokums is sterk beïnvloed door de vele Joodse immigranten die de stad heeft gekend door de jaren heen. Deze immigranten, voornamelijk afkomstig uit Duitsland en Polen, spraken Jiddisch. Het Mokums dialect heeft veel woorden hiervan overgenomen, zoals schlemiel (sufferd), aggenebis (van slechte kwaliteit), mazzel (geluk) en schnabbel (klusje). Maar ook het Bargoens, dieventaal of taal uit de onderwereld heeft een grote stempel gedrukt op het Mokums dialect. Woorden als klauwen (stelen) of smeris (politieagent)komen hier vandaan. Naast de woorden die typisch zijn voor het Amsterdamse dialect is ook uitspraak van belang. Kenmerkend over het Amsterdams is de z die als een s wordt uitgesproken. Een Amsterdammer ‘siet de son in de see sakkuh.’ Ook de a wordt enigszins als een o uitgesproken: ‘ik ben klaor’ bijvoorbeeld. Ook de e wordt wel als i uitgesproken, als in ‘beste minsuh.’ De Amsterdammer wordt buiten Amsterdam veelal gezien als opschepper, maar dan wel meer in de zin van een kwajongen. Daarom wordt het Amsterdams accent ook eerder als grappig dan als ordinair gezien. Ciske de Rat, in de film gespeeld door Danny de Munk, is zo’n Amsterdamse kwajongen die eigenlijk alleen maar sympathie oproept.

Zie hier de film Ciske de Rat, en let vooral op het Mokumse accent.